ECLI:NL:CRVB:2020:1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beoordeling arbeidsongeschiktheid en afwijzing verzoek onafhankelijke deskundige
Appellant was werkzaam als medewerker medisch archief en meldde zich ziek met een sarcoom aan het rechteronderbeen, wat leidde tot diverse behandelingen en blijvende beperkingen zoals een klapvoet. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd beëindigd en omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een melding van verslechtering van zijn gezondheid met rugklachten, stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en berekende een arbeidsongeschiktheid van 36,21% per 17 oktober 2017.
Appellant bracht in beroep een rapport van een andere verzekeringsarts in, die verdergaande beperkingen aannam dan het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. In hoger beroep betoogde appellant dat de verschillende medische beoordelingen een onafhankelijke expertise vereisten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over relevante medische informatie van de behandelend neurochirurg en deze had betrokken bij zijn beoordeling. Het rapport van appellant zaait onvoldoende twijfel over de juistheid van de UWV-beoordeling. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige wordt daarom afgewezen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.