ECLI:NL:CRVB:2020:1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op grond van medische beoordeling
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering, die in 2017 door het UWV werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het UWV de medische beperkingen zorgvuldig had beoordeeld op basis van een verzekeringsarts, een arbeidsdeskundige en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat vanwege ernstige ziekte en medicijngebruik, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling de beperkingen adequaat weerspiegelt en dat de voorgehouden functies medisch passend zijn.
De Raad concludeerde dat het UWV op goede gronden de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering op 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.