ECLI:NL:CRVB:2020:1657
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor spoedige opvang na huiselijk geweld
Verzoekster heeft na huiselijk geweld opvang aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar stelde haar later wel in de gelegenheid tot maatschappelijke opvang en plaatste haar op een wachtlijst voor een herstartstudio.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de feitelijke uitvoering van het besluit, vernietigde het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat partijen het eens waren over de passende maatwerkvoorziening.
Verzoekster betwistte de rechtbankuitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening voor directe passende en veilige 24-uursopvang, omdat zij de noodopvanglocatie niet passend achtte. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak, mede omdat verzoekster momenteel een kamer huurt en de noodopvanglocatie nog beschikbaar is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en besloot niet onmiddellijk in de hoofdzaak uitspraak te doen, omdat de procedurele mogelijkheid tot kortsluiting niet van toepassing is zonder spoedeisend belang. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor directe passende opvang wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.