ECLI:NL:CRVB:2020:1663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellant heeft niet tijdig bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 maart 2017 tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betreft de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Appellant stelde dat telefonische contacten met het college en de indruk gewekt door de bezwaarclausule tot verschoonbaarheid leidden. De Raad oordeelt dat appellant deze omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt en dat het eigen verantwoordelijkheid is tijdig bezwaar te maken, ook als juridisch advies wordt ingewonnen.
De bezwaarclausule vermeldde duidelijk de termijn van zes weken en waarschuwde voor niet-ontvankelijkheid bij te late indiening. Appellant kon hier geen gerechtvaardigd vertrouwen aan ontlenen. Ook het beroep op de hoorplicht faalt omdat het college op grond van artikel 7:3 Awb Pro van het horen kon afzien. Het hoger beroep wordt verworpen en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.