ECLI:NL:CRVB:2020:1673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid WIA en geschiktheid functies ondanks prikkelgevoeligheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als monteur, was sinds 2012 ziek gemeld met psychische klachten en ontving een WGA-uitkering. Na herbeoordeling stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 55 tot 65%, maar appellant betwistte de medische grondslag en de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot beperkingen bij prikkelgevoeligheid, met name geluid en fel licht. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de FML bij item 2.12.6 als extra toelichting 'geen omgeving met veel geluid of fel licht' moet bevatten, gebaseerd op de expertise van psychiater Henselmans en verzekeringsarts Fokke.
De Raad bekeek vervolgens of de geselecteerde functies passend waren met deze aanvullende beperkingen. De arbeidsdeskundige motiveerde dat de functies, waaronder elektronica monteur, ondanks de prikkelgevoeligheid passend zijn, mede door het gebruik van gehoorbescherming en de interpretatie van 'geen werk in mensenmassa’s'.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat het bestreden besluit ondanks een onjuiste medische motivering niet in strijd is met de Awb omdat de uitkomst gelijk zou zijn gebleven. Het hoger beroep werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 55 tot 65% en dat de geselecteerde functies passend zijn.