ECLI:NL:CRVB:2020:1675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling van psychische en diabetesklachten
Appellant, werkzaam als beveiligingsbeambte, meldde zich ziek en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering die werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Later ontving hij een Ziektewetuitkering die per 12 maart 2018 werd beëindigd nadat verzekeringsartsen hem geschikt achtten voor geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor onderschatting van beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten en diabetesgerelateerde neuropathie waren onderschat en dat het Uwv onvoldoende informatie had ingewonnen bij zijn psycholoog. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, mede omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de brief van de psycholoog deels kende en dat appellant zelf de volledige brief niet overhandigde.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de klachten waren onderschat en concludeerde dat appellant ondanks zijn aandoeningen geschikt bleef voor ten minste één van de geselecteerde functies. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd na een zorgvuldig medisch onderzoek waarbij appellant geschikt werd geacht voor ten minste één geselecteerde functie.