ECLI:NL:CRVB:2020:1677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd wegens arbeidsvermogen ondanks psychiatrische aandoening
Appellant, geboren in 1988, vroeg op 10 mei 2017 een beoordeling van zijn arbeidsvermogen aan met het oog op een Wajong-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering, stellende dat appellant op dat moment over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig was en de conclusies dat appellant basale werknemersvaardigheden bezit en vier uur per dag belastbaar is, standhouden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door zijn beperkingen niet in staat is instructies te begrijpen en uit te voeren en dat stemmen in zijn hoofd hem verhinderen om een aaneengesloten uur te werken. Ook vroeg hij om benoeming van een onafhankelijke verzekeringsarts. De Raad oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en overtuigend is geweest. Hoewel appellant een ernstig psychiatrisch ziektebeeld heeft, is hij medisch gezien arbeidsbekwaam.
De verzekeringsartsen constateerden dat appellant, ondanks psychoses in het verleden, sinds oktober 2015 psychisch stabiel is en zijn medicatie gebruikt. Hij kan zelfstandig wonen en dagelijkse activiteiten uitvoeren. Wel heeft hij beperkingen bij stressvolle situaties en heeft hij behoefte aan een rustige, overzichtelijke werkomgeving met begeleiding. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant basale werknemersvaardigheden bezit en eenvoudige taken zoals handmatig bestukken kan verrichten.
Gelet op deze bevindingen bevestigt de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering omdat hij beschikt over arbeidsvermogen. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad wijst een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt geweigerd omdat appellant beschikt over arbeidsvermogen ondanks zijn psychiatrische aandoening.