ECLI:NL:CRVB:2020:1686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage voor verdragsgerechtigde ondanks niet-inschrijving woonstaat
Appellant ontvangt een pensioen en woont sinds 2007 in Frankrijk, waar hij zich niet als ingezetene wenst in te schrijven. CAK stelde een buitenlandbijdrage vast op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004, omdat appellant als verdragsgerechtigde recht heeft op zorg in Frankrijk ten laste van Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de keuze om zich niet in te schrijven bij het bevoegde orgaan van de woonstaat niet ontslaat van de verplichting tot betaling van de buitenlandbijdrage. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zonder inschrijving geen recht heeft op vergoeding van zorgkosten door Frankrijk en dat CAK hem zou hebben laten weten dat de buitenlandbijdrage dan vervalt.
De Raad oordeelde dat de wettelijke verplichting tot betaling van de buitenlandbijdrage blijft bestaan, ook als de verzekerde de verstrekkingen in de woonstaat niet effectief ontvangt. CAK heeft nooit gesteld dat de bijdrage vervalt bij niet-inschrijving, maar alleen dat deze vervalt indien blijkt dat de bijdrage niet verschuldigd is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage is terecht vastgesteld en blijft verschuldigd ondanks niet-inschrijving bij het bevoegde orgaan van de woonstaat.