ECLI:NL:CRVB:2020:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Indicatie banenafspraak wegens onvoldoende langdurige beperkingen
Appellant, een uitkeringsgerechtigde onder de Participatiewet, vroeg om een Indicatie banenafspraak bij het UWV vanwege psychische en andere gezondheidsproblemen. Een arts van SCIO had vastgesteld dat appellant op het moment van onderzoek niet in staat was tot arbeid, maar verwachtte volledige verbetering binnen zes maanden.
Het UWV stelde beperkingen vast die langer dan zes maanden zouden duren, maar vond dat appellant met die beperkingen toch in staat was om bepaalde drempelfuncties uit te oefenen waarmee het minimumloon verdiend kon worden. Op basis hiervan wees het UWV de aanvraag af, wat ook door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek van SCIO onvoldoende werd meegewogen en dat zijn beperkingen, waaronder alcoholmisbruik en slaapproblemen, onvoldoende in acht waren genomen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de eerdere beoordeling en oordeelde dat de arts van SCIO geen langdurige beperkingen had vastgesteld. De Raad bevestigde dat appellant in staat is om de geselecteerde functies uit te oefenen en het minimumloon te verdienen, waardoor de aanvraag terecht werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om een Indicatie banenafspraak is terecht afgewezen omdat de beperkingen niet langer dan zes maanden zullen voortduren.