ECLI:NL:CRVB:2020:170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en proceskosten in WIA-zaak
Appellant, voormalig steigerbouwer/monteur, heeft zich ziek gemeld vanwege lichamelijke klachten en later psychische klachten ontwikkeld. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken vast dat appellant met ingang van 1 december 2016 voor 45,77% arbeidsongeschikt is en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels en stelde de arbeidsongeschiktheid eveneens vast op 45,77%, waarna appellant in hoger beroep ging.
In hoger beroep stelde appellant dat vanwege hidradenitis suppurativa (HS) en psychische klachten verdergaande beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) hadden moeten worden opgenomen. Hij voerde aan dat hij meerdere keren per dag moest douchen en dat de geselecteerde functies fysiek te zwaar waren. Het UWV voerde aan dat de medische beoordeling correct was en dat de beperkingen in de FML adequaat waren aangepast.
De Raad oordeelde dat er geen reden was om de medische beoordeling en de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist te achten. De FML hield rekening met psychische klachten en HS, waarbij op de datum in geding sprake was van een rustige fase van HS. De noodzaak tot meerdere keren douchen werd niet onderbouwd met medische stukken. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd, waarbij de geselecteerde functies passend werden geacht en voorzien waren van sanitaire voorzieningen.
De Raad bevestigde daarmee de vaststelling van 45,77% arbeidsongeschiktheid per 1 december 2016. Omdat de FML in hoger beroep was aangepast en de functies opnieuw waren getoetst, veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door A.I. van der Kris op 27 januari 2020.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is terecht vastgesteld op 45,77% en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.