ECLI:NL:CRVB:2020:1714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf een adres op als woonplaats. Het college van burgemeester en wethouders van Druten wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij op het opgegeven adres woonde. De hoofdbewoner verklaarde dat appellant sinds 3 oktober 2017 niet meer op dat adres woonde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn verklaring tijdens het gesprek op 20 november 2017 onjuist was vanwege taalproblemen en dat hij wel op het adres woonde. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van zijn woonadres; hij verbleef na een ziekenhuisopname bij vrienden in Nijmegen en verrichtte transacties daar, niet in de gemeente Druten.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn informatieplicht en dat het college terecht de bijstand had geweigerd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.