Uitspraak
18.481 PW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verbleef van 21 januari 2016 tot 31 mei 2016 in detentie. Na zijn vrijlating meldde hij zich op 6 juni 2016 voor bijstand, maar deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld. Op 1 augustus 2016 vroeg hij opnieuw bijstand aan, met terugwerkende kracht tot 1 juni 2016, wat het college toekende vanaf 1 augustus 2016.
Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum, stellende dat bijzondere omstandigheden een eerdere datum rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het niet kunnen maken van bezwaar tegen intrekking van bijstand wegens detentie, noch de schuldenpositie of het belang van bijstand voor een stabiele thuissituatie bijzondere omstandigheden vormen.
De eerdere aanvraag van juni 2016 werd buiten behandeling gesteld en is onherroepelijk, waardoor dit besluit niet in deze procedure kan worden betrokken. Het college handelde volgens vaste gedragslijn bij onderbreking van bijstand langer dan 30 dagen. Het hoger beroep faalt en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen bijzondere omstandigheden een eerdere ingangsdatum van bijstand dan 1 augustus 2016 rechtvaardigen.