ECLI:NL:CRVB:2020:1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant zonder erfgenamen
De zaak betreft een hoger beroep ingesteld door appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de procedure is appellant overleden op 7 november 2019. Er zijn geen erfgenamen naar voren gekomen die het hoger beroep hebben voortgezet, ondanks een aankondiging in de Staatscourant.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het processuele belang van appellant is komen te vervallen doordat geen partij het hoger beroep heeft voortgezet. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2020. De Raad baseert zich op het ontbreken van een belanghebbende die het geding wenst voort te zetten na het overlijden van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van erfgenamen die het geding voortzetten.