ECLI:NL:CRVB:2020:1782

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
7 augustus 2020
Zaaknummer
16/5932 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en kostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een UWV-beslissing inzake de WIA. Tijdens de procedure werd een deskundigenrapport uitgebracht en nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.

Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot de procedure.

De Raad overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. De proceskosten en kosten van medisch advies werden vastgesteld en het UWV werd veroordeeld tot betaling van € 10.421,86 aan appellant.

De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 10.421,86 aan proceskosten en medische advieskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 augustus 2020
16/5932 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
5 augustus 2016, 16/2588 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.A. Pors, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2018. Appellant is ter zitting verschenen bijgestaan door mr. Pors. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. M.J.F. Bär.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de gemachtigde van appellant in de gelegenheid te stellen een nadere reactie in te dienen.
De Raad heeft L. Greveling-Fockens, verzekeringsarts, als deskundige benoemd. Deze heeft op 21 oktober 2019 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 2 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 24 december 2019 heeft mr. Pors namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 december 2019 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in bezwaar, € 1.050,- in beroep en € 1.575,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
De gemaakte kosten in verband met het medisch advies van J.A. Ribbens, medisch adviseur komen tot een bedrag van € 5.895,12 voor vergoeding in aanmerking. Ook de kosten in verband met rapport van prof. dr. H.J.C. van Marle, psychiater, komen tot een bedrag van
€ 752,50 voor vergoeding in aanmerking. De opgevraagde medische informatie van
drs. M. Wilken, gezondheidszorgpsycholoog, komen tot een bedrag van € 99,24 voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 10.421,86.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
6 augustus 2020.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) K.R. van Renswoude
GdJ