Uitspraak
19 3927 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
(62,74%).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig bankwerker, meldde zich in 2010 ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving sindsdien een WGA-uitkering met verschillende vastgestelde percentages arbeidsongeschiktheid. Na een oogoperatie in 2017 meldde appellant toegenomen klachten, waarop het UWV een herbeoordeling uitvoerde en de arbeidsongeschiktheid vaststelde op 65 tot 80%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat de oogoperatie niet effectief was en dat zijn beperkingen groter zijn dan door het UWV aangenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele beperkingen en geschiktheid voor geselecteerde functies juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn oogklachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) rekening heeft gehouden met de oogoperatie door beperkingen op te nemen en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 65 tot 80%.