ECLI:NL:CRVB:2020:1798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster en meldde zich ziek met een hernia en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst correct waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies waarop appellante nog inzetbaar was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet zelfstandig kon functioneren. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek alle klachten had betrokken en dat subjectieve beleving en verklaringen van derden onvoldoende waren om het oordeel te wijzigen.
De Raad volgde het UWV in de motivering dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WIA-uitkering krijgt vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.