ECLI:NL:CRVB:2020:1830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Ziektewet-uitkering ondanks medische omstandigheden
Appellante ontving ten onrechte een Ziektewet-uitkering over de periode 1 juli 2013 tot en met 4 augustus 2013 en het UWV vorderde dit bedrag terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de informatieplicht, waarvan het bezwaar deels werd toegewezen en deels ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond, omdat zij niet had gemeld dat zij in die periode werkte en inkomsten genoot.
Appellante voerde aan dat medische omstandigheden een dringende reden vormden om van terugvordering af te zien, maar de rechtbank vond de overgelegde medische stukken onvoldoende om dit te onderbouwen. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe stukken of gronden ingediend.
De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat het UWV terecht heeft gehandeld. Het terugvorderingsbedrag is inmiddels geheel voldaan via inhoudingen op een WIA-uitkering, zonder dat onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen zijn aangetoond. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de Ziektewet-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.