ECLI:NL:CRVB:2020:1849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens termijnoverschrijding
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht in augustus 2016 om postume toelating van haar overleden echtgenoot tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). De echtgenoot was in 2015 in Marokko overleden en had tot zijn vertrek uit Nederland in 2012 een AOW-pensioen ontvangen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek af omdat het niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aanvraag ruim buiten de aanmeldingstermijn was gedaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen. De Raad bevestigt deze overwegingen en wijst erop dat artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 sinds 1 januari 2000 is vervallen, waardoor geen verzekering meer kan worden ontleend aan het ontvangen van een Nederlandse uitkering.
De Raad concludeert dat deelname aan de vrijwillige verzekering alleen mogelijk is binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering en dat het verzoek van appellante niet aan deze voorwaarde voldoet. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke aanmeldingstermijn.