ECLI:NL:CRVB:2020:1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsvermogen en recht op minimumloon bij arbeidsbeperking
Appellant ontvangt bijstand en heeft een Indicatie banenafspraak aangevraagd bij het UWV. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant met zijn beperkingen in staat is een drempelfunctie uit te oefenen, waarmee hij het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het bezwaar van appellant tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderzoek niet zorgvuldig was, met name dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met het medisch belastbaarheidsonderzoek dat een urenbeperking aangaf. De Centrale Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het belastbaarheidsonderzoek niet relevant was voor de periode in geschil.
De Raad bevestigde dat appellant in staat is de functie van wikkelaar transformatoren uit te oefenen, een zittende functie met weinig fysieke belasting. Hierdoor wordt appellant geacht het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant wordt geacht het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen.