ECLI:NL:CRVB:2020:1856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging AOW-pensioen naar gehuwdennorm wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante, woonachtig in Spanje, is gehuwd en haar echtgenoot woont in Frankrijk. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende haar aanvankelijk een AOW-pensioen toe volgens de alleenstaandennorm. Na een onderzoek in 2017, inclusief een huisbezoek en een ingevuld formulier door appellante en haar echtgenoot, concludeerde de Svb dat appellante niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Op basis hiervan wijzigde de Svb het pensioen per 1 augustus 2017 naar de gehuwdennorm.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze wijziging ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het samenwonen niet vereist is voor het beëindigen van de echtelijke samenleving en dat diverse feitelijke omstandigheden, zoals het gezamenlijk eigendom van woningen, het gebruik van elkaars sleutels, gezamenlijke bankrekeningen en wederzijdse verzekeringen, wijzen op het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad benadrukte dat duurzaam gescheiden leven betekent dat beide echtgenoten hun leven als gehuwd niet meer gezamenlijk leiden en dat dit bestendig moet zijn. De feitelijke omstandigheden wezen volgens de Raad niet op een dergelijke situatie. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de wijziging van het pensioen naar de gehuwdennorm bleef van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft gewijzigd naar de gehuwdennorm.