ECLI:NL:CRVB:2019:3019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Betrokkene 1 en betrokkene 2, gehuwd sinds 1974 en sinds 1998 gescheiden van tafel en bed, ontvingen beiden een ouderdomspensioen voor ongehuwden. In 2017 heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) na onderzoek vastgesteld dat zij niet duurzaam gescheiden leefden en heeft zij het ouderdomspensioen herzien naar de gehuwdennorm en de AIO-aanvulling ingetrokken.
De rechtbank had de beroepen van betrokkenen tegen deze besluiten gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, stellende dat onvoldoende aannemelijk was dat sprake was van het einde van duurzaam gescheiden leven. De Svb ging in hoger beroep en voerde aan dat de feitelijke omstandigheden, waaronder dagelijks contact en gezamenlijke zorg vanwege gezondheidsproblemen, wezen op het niet duurzaam gescheiden leven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat duurzaam gescheiden leven vereist dat ieder echtgenoot zijn eigen leven leidt alsof hij niet gehuwd is en dat deze toestand bestendig is bedoeld. Het feit dat betrokkenen naast elkaar wonen en regelmatig contact hebben, waarbij zorg en toezicht plaatsvinden, wijst op het ontbreken van een gewilde verbreking van de echtelijke samenleving. De motieven voor het contact, zoals gezondheidsredenen, zijn niet relevant voor de beoordeling.
Verder is vastgesteld dat betrokkene 2 niet heeft voldaan aan de inlichtingenverplichting omtrent inkomen en vermogen, waardoor het recht op AIO-aanvulling niet kon worden vastgesteld. De Raad vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen van de betrokkenen ongegrond, bevestigend dat de herziening en intrekking van de pensioenen terecht zijn.
Uitkomst: De beroepen van de betrokkenen worden ongegrond verklaard en de herziening van het ouderdomspensioen en intrekking van de AIO-aanvulling blijven gehandhaafd.