ECLI:NL:CRVB:2020:1881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten naturalisatie wegens niet-noodzakelijke kosten
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van naturalisatie tot een bedrag van €866,-. Het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wees deze aanvraag af omdat het ging om algemeen noodzakelijke kosten die appellant zelf moest betalen.
Appellant stelde in hoger beroep dat naturalisatie voor hem noodzakelijk is vanwege integratie, legitimatie, stemrecht en het verkrijgen van het Unieburgerschap. De Raad oordeelde echter dat appellant zich adequaat kan legitimeren met zijn Marokkaanse paspoort en dat de genoemde redenen niet leiden tot noodzakelijkheid van de kosten in de zin van artikel 35 van Pro de Participatiewet.
Verder stelde appellant dat hij onvoldoende middelen had om te sparen voor deze kosten, maar dit werd niet beoordeeld omdat de kosten niet als noodzakelijk werden aangemerkt. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door F. Hoogendijk namens de Centrale Raad van Beroep op 18 augustus 2020.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor naturalisatiekosten wordt afgewezen omdat deze niet als noodzakelijke kosten worden beschouwd.