ECLI:NL:CRVB:2020:1897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een sociale zekerheidszaak. Het UWV gaf bij brief aan het standpunt in een samenhangende zaak niet langer te handhaven en een WIA-beoordeling te zullen uitvoeren. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro werd overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €525,- voor verleende rechtsbijstand. Voor griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen op 12 augustus 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten aan appellant.