ECLI:NL:CRVB:2020:1909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens onjuiste wachttijdtoepassing
Appellant heeft een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend die door het UWV werd afgewezen omdat volgens het UWV de wachttijd van 104 weken niet was vervuld. Appellant was sinds 2012 arbeidsongeschikt door PDD-NOS en cannabisverslaving. Diverse verzekeringsartsen stelden dat appellant hersteld was verklaard in 2013, waardoor de wachttijd niet ononderbroken was.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij doorlopend arbeidsongeschikt was geweest en overlegde een psychiatrisch expertiserapport dat ernstige beperkingen bevestigde. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom het rapport van de psychiater niet gevolgd kon worden en dat de wachttijd wel was vervuld.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en droeg het UWV op binnen twee maanden een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe WIA-beoordeling te maken.