ECLI:NL:CRVB:2020:1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken verplichte verzekering echtgenoot
Appellante, weduwe van een man die verzekerd was voor de AOW tot 2011 en daarna terugkeerde naar Marokko, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze aanvraag werd afgewezen omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet (verplicht) verzekerd was en zich ook niet vrijwillig had verzekerd.
Na bezwaar en een nieuw verzoek om toekenning van de uitkering, dat eveneens werd afgewezen, stelde appellante hoger beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de argumenten van appellante, waaronder haar status als weduwe en de zorg voor een kind, niet leiden tot een ander oordeel. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak zijn daarom rechtsgeldig en worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering wegens ontbreken verplichte verzekering echtgenoot.