ECLI:NL:CRVB:2020:1933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als groepsleidster, meldde zich in 2003 ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen in 2016 en latere ziekmeldingen heeft het UWV de WAO-uitkering verlaagd en de ZW-uitkering beëindigd wegens geschiktheid voor geselecteerde functies.
De rechtbank heeft de bezwaren van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard, waarbij zij het zorgvuldige medisch onderzoek en de motivering van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar beperkingen.
De Raad oordeelt dat de gronden van appellante grotendeels herhalingen zijn en bevestigt de eerdere uitspraken. De medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst zijn adequaat gemotiveerd en sluiten aan bij de situatie op de datum in geding. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten, maar het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.