ECLI:NL:CRVB:2020:1936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op grond van nieuwe ziekteoorzaak zonder toename door oorspronkelijke aandoening
Appellante, voormalig operatieassistente, vorderde herbeoordeling van haar WAO-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid vanaf 17 januari 2012. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat de artritisklachten voortkomen uit een nieuwe ziekteoorzaak, artritis psoriatica, en niet uit dezelfde oorspronkelijke aandoening. De rechtbank vernietigde een eerder besluit omdat bepaalde voorbeeldfuncties niet geschikt zouden zijn, maar liet de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd.
In hoger beroep voerde appellante aan volledig arbeidsongeschikt te zijn vanaf 2012, met toegenomen klachten en beperkingen, onderbouwd met medische stukken van na de datum in geschil. Het UWV handhaafde het standpunt dat er geen toename was door dezelfde ziekteoorzaak en dat de beperkingen juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak en dat de medische informatie van appellante onvoldoende was om het oordeel te wijzigen. Ook werd geen aanleiding gezien een medisch deskundige te benoemen. De geselecteerde voorbeeldfuncties werden als passend beoordeeld en de mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% per 14 januari 2014 werd bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 45 tot 55% vanaf 14 januari 2014 wordt bevestigd.