ECLI:NL:CRVB:2020:1945
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplicht op 30 juli 2017
Verzoeker heeft op 27 april 2019 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met als eerste ziektedag 30 juli 2017. Het UWV heeft deze aanvraag op 14 juni 2019 afgewezen omdat verzoeker op die datum niet verzekerd was, aangezien hij geen dienstverband of WW-uitkering had.
Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank de afwijzing van het UWV bevestigd. Verzoeker stelde vooral zijn persoonlijke en financiële situatie aan de orde, maar de rechtbank oordeelde dat de dwingendrechtelijke verzekeringsplicht geen ruimte laat voor dergelijke omstandigheden.
In hoger beroep herhaalt verzoeker zijn eerdere gronden en verzoekt tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat nader onderzoek niet nodig is en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat verzoeker niet verzekerd was op de relevante datum. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker niet verzekerd was voor de Wet WIA op 30 juli 2017.