ECLI:NL:CRVB:2020:1948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor andere functies
Appellant, laatst werkzaam als tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek met knieklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt werd geacht voor andere functies binnen de EZWb. Appellant voerde chronische knieklachten aan en betwistte de geschiktheid, maar kon dit niet met voldoende medische gegevens onderbouwen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijk was uitgevoerd. De artsen van het UWV hadden uitgebreid dossieronderzoek gedaan, appellant onderzocht en de beperkingen goed beoordeeld. De functies waarvoor appellant geschikt werd geacht, bieden voldoende mogelijkheden tot afwisseling en zijn passend bij zijn beperkingen.
Appellant's verzoek om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding werd afgewezen. De Raad vond geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen sprake van toegenomen beperkingen die de geschiktheid voor de geselecteerde functies in twijfel zouden trekken.
De Ziektewetuitkering blijft daarom per 5 oktober 2016 beëindigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor andere functies; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.