ECLI:NL:CRVB:2020:1972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerd verblijf in Spanje
Appellant woonde van 10 maart 2006 tot 17 november 2018 in Spanje en was gedurende die periode niet ingezetene van Nederland. Hierdoor werd hij niet als verzekerde voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangemerkt, wat leidde tot een korting van 50% op zijn ouderdomspensioen. De Raad oordeelt dat de korting terecht is toegepast omdat de uitbreiding van de verzekeringsplicht voor Nederlanders met een WAO-uitkering in het buitenland per 1 januari 2000 is vervallen.
Appellant voerde aan dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) hem onjuist had geïnformeerd en dat het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule van toepassing zouden zijn. De Raad verwierp deze argumenten, stellende dat de Svb geen bevoegdheid heeft om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van de AOW en dat appellant zelf onderzoek had moeten doen naar de gevolgen van zijn verhuizing.
Verder wees de Raad het beroep van appellant af dat de Europese Verordening 883/2004 en het Verdrag met Spanje hem recht zouden geven op volledige AOW-verzekering gedurende zijn verblijf in Spanje. De Raad stelde dat deze regelgeving coördinatie beoogt, maar geen harmonisatie, en dat appellant niet voldeed aan de nationale verzekeringsvoorwaarden. De Raad zag geen aanleiding om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU voor te leggen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het ouderdomspensioen wegens het ontbreken van AOW-verzekering tijdens het verblijf in Spanje.