ECLI:NL:CRVB:2020:1980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, kreeg sinds 2014 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 41%. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 april 2017 en stelde een lagere mate van arbeidsongeschiktheid vast, waarna appellant bezwaar maakte. Na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek werd de uitkering definitief beëindigd per 17 april 2018 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het volledige rapport van Ergatis niet had meegenomen in bezwaar, maar dat dit gebrek in hoger beroep was hersteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen van appellant op basis van alle medische informatie zorgvuldig en volledig beoordeeld en zelfs op enkele onderdelen aangescherpt. De rechtbank vond de beoordeling zorgvuldig en de geselecteerde functies passend.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn psychische en lichamelijke beperkingen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat alle relevante medische informatie was betrokken en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De Raad concludeerde dat appellant in staat was de geselecteerde functies te vervullen en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 april 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 april 2018 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.