ECLI:NL:CRVB:2020:1984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herbeoordeling WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 2009 arbeidsongeschikt is met rug-, hoofdpijn-, hand- en psychische klachten, verzocht in 2017 om herbeoordeling van haar WIA-uitkering wegens vermeende toename van klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering per 6 juni 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige beoordelingen inzichtelijk en toereikend waren gemotiveerd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar rechterhand- en psychische klachten waren onderschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat alle relevante klachten medisch objectief waren meegenomen. Het verzoek om een psychiater werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.