ECLI:NL:CRVB:2020:199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na geschiktheid voor aangepaste arbeid vastgesteld door UWV
Appellant was werkzaam als fulltime magazijnmedewerker en meldde zich per 1 juli 2015 ziek vanwege liesklachten. Het UWV heeft appellant per 10 augustus 2015 geschikt verklaard voor aangepast werk, waarbij de werkzaamheden voornamelijk zittend computerwerk in een magazijn betreffen. Op basis hiervan werd de Ziektewetuitkering beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er nieuwe medische feiten waren, waaronder een geconstateerde liesbreuk en dat hij ook zwaardere werkzaamheden verrichtte zoals tillen en heftruckrijden. Hij overlegde medische stukken en een heftruckcertificaat ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de maatstaf arbeid het laatstelijk feitelijk verrichte werk is, inclusief bijzondere verlichtende aspecten, en dat het UWV zorgvuldig heeft vastgesteld dat appellant geschikt was voor deze aangepaste werkzaamheden. De medische stukken en rapporten van verzekeringsartsen bezwaar en beroep ondersteunen dit oordeel. De Raad bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 10 augustus 2015.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd per 10 augustus 2015 omdat appellant geschikt is verklaard voor aangepast werk.