ECLI:NL:CRVB:2020:1994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslistermijn van acht weken bij aanvragen bijzondere bijstand
Appellant diende twee aanvragen in voor bijzondere bijstand: één voor de eigen bijdrage rechtsbijstand en één voor het griffierecht. In beide gevallen stelde appellant het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en vorderde hij een dwangsom. Het college besloot echter binnen acht weken na ontvangst van de aanvragen.
De rechtbank verklaarde het eerste beroep ongegrond en het tweede beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was. Appellant stelde in hoger beroep dat vanwege de betaaltermijnen een kortere beslistermijn dan acht weken gehanteerd moest worden.
De Raad oordeelde dat de Participatiewet geen afwijkende termijn voorschrijft en dat de beslistermijn van acht weken uit de Awb van toepassing is. Stress en persoonlijke omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen kortere termijn. Het college had binnen de nadere betalingstermijn beslist en appellant had geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot voorschot of het inschakelen van gedeputeerde staten.
Daarom bevestigde de Raad de aangevallen uitspraken en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen bijzondere bijstand is niet-ontvankelijk verklaard omdat het college binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken heeft beslist.