ECLI:NL:CRVB:2020:2000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Wajong-uitkering wegens onjuiste medische en arbeidskundige onderbouwing
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de weigering van een Wajong-uitkering centraal. Na een tussenuitspraak waarin het UWV werd opgedragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen, heeft het UWV nieuwe medische en arbeidskundige rapporten overgelegd. De Raad oordeelde dat de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op aspect 1.9.3 nu passend was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant.
Appellant voerde aan dat sommige functies niet actueel waren en niet geschikt vanwege werkomgeving en fysieke belasting. De Raad verwierp dit, omdat de actualisatiedatums voldeden aan de wettelijke beoordelingsdatum en de belastbaarheid passend was volgens de rapporten. Het UWV had echter pas in hoger beroep de medische en arbeidskundige grondslag afdoende onderbouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met wettelijke bepalingen en verklaarde het beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met zestien maanden was overschreden, wat leidde tot een schadevergoeding van in totaal €1.500,-, te verdelen tussen het UWV en de Staat.
Daarnaast werden het UWV en de Staat veroordeeld in de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en UWV en Staat veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.