ECLI:NL:CRVB:2020:2014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen WIA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds april 2015 wegens ziekte arbeidsongeschikt en heeft in januari 2017 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een functionele mogelijkhedenlijst (FML) op en berekende een arbeidsongeschiktheid van 58,72%. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 65,59%, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaar ongegrond, waarbij zij de medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeelde. Appellant stelde in hoger beroep voornamelijk dezelfde gronden aan de orde, zonder nieuwe medische gegevens te overleggen. Hij voerde beperkingen aan door epilepsie, concentratieproblemen en fysieke klachten, en betwistte enkele onderdelen van de FML.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de zaak uitgebreid en gemotiveerd heeft behandeld en dat er geen aanleiding is om daarvan af te wijken. De Raad bevestigt dat appellant niet professioneel mag autorijden vanwege epilepsie, maar dat dit geen belemmering vormt omdat hem geen functies zijn voorgehouden waarin professioneel autorijden vereist is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.