ECLI:NL:CRVB:2020:2045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen AOW-toekenning wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin hem een AOW-pensioen naar gehuwdennorm werd toegekend. Dit bezwaar werd pas ruim na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. De Raad merkte op dat het besluit in zowel het Nederlands als het Spaans was opgesteld en dat in beide versies een bezwaarclausule was opgenomen, inclusief folders die uitleg gaven over het indienen van bezwaar.
Appellant stelde dat de bezwaartermijn niet duidelijk was vermeld en dat het hanteren van deze termijn verregaande gevolgen had, mede omdat hij niet op de hoogte was van relevante Europese wetgeving. De Raad verwierp deze argumenten en verduidelijkte dat Europese regelgeving op het gebied van sociale zekerheid slechts coördinerend werkt en lidstaten bevoegd blijven om voorwaarden voor sociale zekerheidsuitkeringen te bepalen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaar.