ECLI:NL:CRVB:2020:2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit uit 2005 waarbij zijn WAO-uitkering werd geweigerd wegens het niet onafgebroken arbeidsongeschikt zijn gedurende 52 weken. Diverse eerdere procedures en besluiten, waaronder een uitspraak van de rechtbank en eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, bevestigden dit standpunt.
Appellant voerde medische informatie aan, waaronder verklaringen van een neuroloog en huisarts, als nieuwe feiten die een herziening rechtvaardigen. Het UWV en de rechtbank oordeelden echter dat deze informatie reeds bekend was en eerder betrokken is in de besluitvorming. Er waren geen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit waren ontstaan of die niet eerder konden worden ingebracht.
De Raad toetste of het UWV zich terecht en zorgvuldig had opgesteld en of het besluit evident onredelijk was. Dit werd ontkennend beantwoord. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.