ECLI:NL:CRVB:2020:2063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WGA-loonaanvullingsuitkering bij niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig pedagogisch medewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en werd door het UWV deels arbeidsongeschikt verklaard. Na bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 58%, maar appellante betwistte dit en stelde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn.
De rechtbank wees haar beroep af, maar in hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke psychiater die aanvullend onderzoek liet verrichten. Dit leidde tot de conclusie dat appellante een ernstige depressieve stoornis heeft zonder psychotische kenmerken, met bijkomende beperkingen, maar niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat appellante wel volledig arbeidsongeschikt is, maar dat herstel mogelijk blijft bij adequate behandeling, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. De Raad volgt dit oordeel en verklaart het beroep tegen het latere besluit ongegrond, vernietigt het eerdere besluit en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 maart 2020 wordt ongegrond verklaard; appellante is volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt en ontvangt een WGA-uitkering.