ECLI:NL:CRVB:2020:2065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid volgens Wet WIA na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant meldde zich ziek in november 2010 met psychische en fysieke klachten en was werkzaam in twee dienstverbanden. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. Na bezwaar kende het UWV alsnog een loongerelateerde WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 54,87% op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 mei 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de FML een juiste weergave gaf van de beperkingen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en diende aanvullende medische stukken in. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde echter dat er geen aanleiding was de FML aan te passen en dat beperkingen zoals staan niet noodzakelijk waren.
De Raad oordeelde dat de medische informatie in hoger beroep geen aanleiding gaf tot twijfel aan de zorgvuldigheid van het onderzoek. De beperkingen en belastbaarheid waren juist vastgesteld en de functies waarvoor appellant geschikt werd geacht, vielen binnen zijn belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid tussen 35% en 80% wordt bevestigd.