ECLI:NL:CRVB:2020:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 77,86% na ernstig fietsongeval
Appellant, voormalig tandarts, meldde zich ziek na een ernstig fietsongeval in 2015. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheid vast op 72,86%, later verhoogd naar 77,86% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen nieuwe objectieve medische gegevens waren die tot een ander oordeel leidden.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen, zowel fysiek als psychisch, zijn onderschat. Hij bracht aanvullende medische rapporten in en voerde aan dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege diploma- en ervaringseisen en zijn beperkingen. Het UWV verwees naar rapporten die het eerdere oordeel bevestigen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De beperkingen zijn adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst verwerkt en de geselecteerde functies zijn passend, ook gelet op het opleidingsniveau van appellant. De Raad concludeerde dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 77,86%. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 77,86% en verklaart het hoger beroep ongegrond.