Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 506,20;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig teamleider, meldde zich ziek in 2008 wegens psychische klachten. Het UWV stelde in 2010 vast dat appellant voor 80-100% arbeidsongeschikt was en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Later werd vastgesteld dat appellant recht had op een WGA-loonaanvullingsuitkering. In 2013 meldde appellant een verslechtering van zijn gezondheid, maar het UWV concludeerde na onderzoek dat zijn belastbaarheid niet was gewijzigd en stelde de arbeidsongeschiktheid op 77,93% vast met een inkomenseis vanaf 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij meer beperkt was dan aangenomen, onder meer vanwege een paniekaanval en psychologische rapporten. Tevens betwistte hij de passendheid van de voorbeeldfuncties en vroeg om een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat alle klachten waren meegewogen en dat de verzekeringsartsen een psychisch onderzoek hadden verricht. De aanvullende stukken van appellant boden geen nieuwe inzichten die het oordeel konden ondermijnen. Ook de arbeidskundige onderbouwing van het UWV werd als deugdelijk beoordeeld. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af met een proceskostenvergoeding.