Uitspraak
18.1941 PW
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB, die het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen op 3 december 2014 introk en wijzigde vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsstatus van de echtgenote in bepaalde periodes. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
In maart 2017 verzocht appellant om herziening van dit besluit, stellende dat de IND onjuiste informatie had verstrekt over de verblijfsstatus van zijn echtgenote. Na onderzoek door het college en overleg met de IND bleek dat voor de periode van 14 juni 2011 tot 2 december 2011 een verblijfsstatus (code 33) aanwezig was, waardoor het recht op bijstand voor die periode alsnog werd erkend en een deel van de terugvordering werd vervallen verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant stelde dat de rechtbank het herzieningsverzoek als een nieuw besluit had moeten toetsen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het college terecht had gekozen om het verzoek te beperken tot de vraag of sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Voor de overige periodes waren geen nieuwe feiten aangetoond, waardoor het verzoek daar werd afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarmee het hoger beroep niet slaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.