ECLI:NL:CRVB:2020:2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en terugvordering voorschot na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante is sinds 18 juni 2015 arbeidsongeschikt als verzorgende IG vanwege fysieke klachten. Het UWV heeft per 15 juni 2017 een WIA-uitkering geweigerd en het voorschot op de uitkering teruggevorderd. Na bezwaar en beroep is een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, waaruit blijkt dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, omdat het medische onderzoek zorgvuldig was en de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep betrouwbaar. Appellante stelde in hoger beroep dat haar lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden. Ook voerde zij financiële problemen aan door terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een deugdelijke en gemotiveerde beoordeling heeft gegeven, inclusief de psychische beperkingen. Nieuwe medische informatie leidde niet tot twijfel over de FML op de datum in geschil. Er was geen reden voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Ook was de terugvordering terecht, omdat appellante haar financiële situatie onvoldoende heeft onderbouwd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering en terugvordering van het voorschot bevestigd.