ECLI:NL:CRVB:2020:2120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening schorsingsbesluit WAO-uitkering
Appellant heeft sinds 1988 een WAO-uitkering, die in 2004 werd geschorst vanwege het niet overleggen van jaarstukken over 2001 en 2002. Het UWV heeft het bezwaar en later het verzoek tot herziening voor de toekomst afgewezen omdat appellant geen nieuwe relevante stukken heeft ingediend.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het schorsingsbesluit zouden kunnen wijzigen. De stukken die appellant overlegde, betroffen alleen perioden vanaf 2007 en zijn daarmee niet relevant voor de oorspronkelijke beoordelingsperiode.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij niet op de hoogte was van het intrekkingsbesluit van 2004 en dat hij niet bevoegd was om de gevraagde jaarstukken te overleggen. De Raad oordeelt dat het verzoek tot herziening voor de toekomst geen nieuwe feiten bevat die het UWV tot nader onderzoek hadden moeten bewegen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het schorsingsbesluit WAO-uitkering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.