ECLI:NL:CRVB:2020:2137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Werkneemster was sinds januari 2014 ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in januari 2016 vast dat zij volledig arbeidsongeschikt was en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante stelde dat werkneemster recht had op een IVA-uitkering vanwege duurzame volledige arbeidsongeschiktheid, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat er nog reële behandelmogelijkheden waren die de belastbaarheid van werkneemster konden verbeteren, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had gemotiveerd dat intensieve behandeling, waaronder cognitieve gedragstherapie en systeemtherapie, nog mogelijk was en tot verbetering kon leiden.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was op 11 januari 2016. De medische situatie van werkneemster was niet stabiel en er was een redelijke kans op herstel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de volledige arbeidsongeschiktheid van werkneemster niet duurzaam was en wijst het hoger beroep af.