Uitspraak
19.3290 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
A.M.M. Chevallier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als secretarieel medewerker en meldde zich ziek vanwege medische klachten. Na een initiële WIA-uitkering van 100% arbeidsongeschiktheid, werd bij heronderzoek vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkheden van appellante correct waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige stelde dat appellante geschikt was voor bepaalde functies, mede door de aanwezigheid van adequate sanitaire voorzieningen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij onterecht in de WIA zat, met een verzoek om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding, omdat het oorspronkelijke toekenningsbesluit niet meer ter discussie kon worden gesteld en appellante geen bewijs leverde van schade.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.