Uitspraak
19.3212 ANW-PV
BESLISSING
.Omdat appellante verder in haar verzoek noch in haar (aanvullende) gronden van bezwaar argumenten heeft aangevoerd waarom de Svb van de dwingendrechtelijke wettelijke bepaling zou moeten afwijken, kon er redelijkerwijs geen twijfel over bestaan dat het bezwaar ongegrond was. De Svb heeft derhalve terecht op grond van artikel 7:3, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht ervan af kunnen zien appellante te horen alvorens op het bezwaar te beslissen. De rechtbank heeft dan ook evenzeer terecht geoordeeld dat het feit dat geen hoorzitting was gehouden geen aanleiding vormde om de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante.