ECLI:NL:CRVB:2020:2152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanstelling executief-specifiek op grond van artikel 2c Barp ondanks ontbreken basispolitieopleiding
Appellant, sinds 1981 beroepsmarechaussee met diverse opleidingen maar zonder afgeronde basispolitieopleiding, werd per 1 juli 2018 aangesteld met de status executief-specifiek op grond van artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Dit nieuwe aanstellingsregime maakt onderscheid tussen executief-generieke en executief-specifieke aanstellingen, waarbij voor de eerste een afgeronde basispolitieopleiding vereist is.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen deze aanstelling ongegrond, stellende dat zijn opleidingen niet gelijkgesteld kunnen worden aan de algemene politieopleiding en dat er geen schending is van het gelijkheidsbeginsel, mede omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk zijn.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad oordeelt dat artikel 2c Barp geen ruimte biedt voor gelijkstelling van andere opleidingen aan de basispolitieopleiding en dat de korpschef terecht de status executief-specifiek aan appellant heeft toegekend. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens, mede vanwege verschillen in regelgeving en omstandigheden bij andere betrokkenen.
De Raad ziet geen reden het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht is aangesteld met de status executief-specifiek omdat hij niet beschikt over een afgeronde basispolitieopleiding.