Uitspraak
19.3001 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen om zijn aanvraag om bijstand af te wijzen. Eerder had de Raad een eerdere uitspraak vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. In het bestreden besluit van 29 mei 2019 wees het college de aanvraag inhoudelijk af wegens onvoldoende gegevens.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij zich eerder had gemeld en dat zijn recht op bijstand kon worden vastgesteld op basis van ontvangen huur- en zorgtoeslag. De Raad oordeelde echter dat geen bewijs was voor eerdere melding dan 4 juli 2017 en dat de periode van beoordeling liep tot 18 oktober 2018 toen appellant bijstand ontving van een andere gemeente.
De Raad benadrukte dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat hij verplicht is voldoende en verifieerbare gegevens te verstrekken over zijn woon-, leef- en inkomenssituatie. Appellant had ondanks herhaalde verzoeken geen volledige bankafschriften, geen bewijs van zorgtoeslag en geen inzicht gegeven in zijn verblijfplaats na ontruiming. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende gegevens.